Solution:
Nummer de hoekpunten van de 2n-hoek met de klok mee 1 tot en met 2n en zij ai de waarde van hoekpunt i. Omdat het aantal hoekpunten van de veelhoek even is, kunnen we elk hoekpunt koppelen aan het punt er precies tegenover. We tellen de waarden van elk tweetal tegenoverliggende hoekpunten bij elkaar op en verkrijgen zo de getallen si=ai+ai+n met 1≤i≤n.
Als vier hoekpunten A,B,C en D in die volgorde een rechthoek vormen, dan is ∠ABC=90∘ en ∠ADC=90∘, dus B en D liggen volgens Thales op de cirkel met middellijn AC. Omdat alle hoekpunten van de veelhoek op zijn omgeschreven cirkel liggen, is AC blijkbaar een middellijn van de omgeschreven cirkel. Dus A en C zijn tegenoverliggende hoekpunten en hetzelfde geldt voor B en D. Andersom geldt dat als A en C tegenoverliggende hoekpunten zijn en B en D ook, dat dan ABCD een rechthoek is, ook wegens Thales. Kortom, vier punten vormen een rechthoek dan en slechts dan als ze tot twee paren tegenoverliggende hoekpunten behoren.
Er moet dus gelden dat si+sj priem is voor alle 1≤i<j≤n. Stel dat minstens drie van de getallen si dezelfde pariteit hebben, zeg sj,sk en sl. Dan is de som van elke twee van die drie even, maar tegelijkertijd priem, dus die som moet in alle gevallen gelijk aan 2 zijn. Dus sj+sk=sk+sl=sj+sl, waaruit volgt dat sj=sk=sl. Maar omdat sj+sk=2, geeft dit sj=sk=sl=1. We concluderen dat hoogstens twee van de getallen si even zijn, en dat als er drie of meer oneven zijn, deze allemaal gelijk moeten zijn aan 1.
De totale som van alle si is gelijk aan de som van alle getallen bij de hoekpunten, dus gelijk aan
(m+1)+(m+2)+…+(m+2n)=2mn+21⋅2n⋅(2n+1)=2mn+n(2n+1)
Modulo 2 is deze som congruent aan n. Anderzijds moet deze som modulo 2 congruent zijn aan het aantal oneven si. Dus het aantal oneven si heeft dezelfde pariteit als n. Omdat er totaal n getallen si zijn, is het aantal even si dus even. We hebben al gezien dat dat er hoogstens twee zijn, dus het zijn er nul of twee.
Stel dat n=4 en stel dat er twee si even zijn en dus ook twee si oneven. Dan is de som van de twee even si gelijk aan 2 en de som van de twee oneven si ook gelijk aan 2, dus de totale som van de si is 4=n. Stel nu dat n≥5 en stel dat er twee si even zijn. Dan zijn er n−2≥3 van de si oneven, dus alle oneven si zijn gelijk aan 1. De twee even si samen zijn gelijk aan 2. Dus de totale som van de si is (n−2)+2=n. (Je kunt ook bewijzen dat het geval met precies twee even si onmogelijk is.) Stel nu dat er geen even si zijn. Dan zijn alle si oneven en dus ook allemaal gelijk aan 1, dus is de totale som van de si gelijk aan n.
In alle gevallen is de totale som van de si dus n. We hebben ook gezien dat deze som gelijk is aan 2mn+n(2n+1). Dus 2mn+n(2n+1)=n, waaruit na deling door n=0 volgt 2m+2n+1=1, dus m=−n.
We laten nu zien dat als m=−n, er inderdaad een oplossing bestaat. Neem ai=i en an+i=1−i voor 1≤i≤n. Dan worden de getallen 1,2,…,n en de getallen 0,−1,…,−n+1 gebruikt en dat zijn samen precies de getallen m+1,m+2,…,m+2n. Verder geldt si=i+(1−i)=1 voor alle i. Dus elke rechthoekssom is gelijk aan 2 en dat is een priemgetal.
We concluderen dat m=−n de enige waarde van m is die voldoet.