Olympiad Maths Prep

Track / Stage 9 / 58 of 80 #1938 of 2000

Problem 1938

IMO P2/P5; hard shortlist
Geometry Difficulty 9.1 Prove it MO-selectietoets · Netherlands

Problem:

Zij n4n \geq 4 een geheel getal. Bekijk een regelmatige 2n2n-hoek waarbij aan elk hoekpunt een geheel getal is toegekend, wat we de waarde van dat hoekpunt noemen. Als vier verschillende hoekpunten van deze 2n2n-hoek een rechthoek vormen, dan noemen we de som van de waarden van deze hoekpunten een rechthoekssom.

Bepaal voor welke gehele (niet-noodzakelijk positieve) mm we de getallen m+1,m+2,,m+2nm+1, m+2, \ldots, m+2n als waarden kunnen toekennen aan de hoekpunten (in een of andere volgorde) zodat elke rechthoekssom een priemgetal is. (Priemgetallen zijn per definitie positief.)

This one wants a proof. Work it on paper, read the official solution, then mark yourself honestly — the ladder only means something if the record is true.

Official solution

Solution:

Nummer de hoekpunten van de 2n2n-hoek met de klok mee 11 tot en met 2n2n en zij aia_{i} de waarde van hoekpunt ii. Omdat het aantal hoekpunten van de veelhoek even is, kunnen we elk hoekpunt koppelen aan het punt er precies tegenover. We tellen de waarden van elk tweetal tegenoverliggende hoekpunten bij elkaar op en verkrijgen zo de getallen si=ai+ai+ns_{i} = a_{i} + a_{i+n} met 1in1 \leq i \leq n.

Als vier hoekpunten A,B,CA, B, C en DD in die volgorde een rechthoek vormen, dan is ABC=90\angle ABC = 90^{\circ} en ADC=90\angle ADC = 90^{\circ}, dus BB en DD liggen volgens Thales op de cirkel met middellijn ACAC. Omdat alle hoekpunten van de veelhoek op zijn omgeschreven cirkel liggen, is ACAC blijkbaar een middellijn van de omgeschreven cirkel. Dus AA en CC zijn tegenoverliggende hoekpunten en hetzelfde geldt voor BB en DD. Andersom geldt dat als AA en CC tegenoverliggende hoekpunten zijn en BB en DD ook, dat dan ABCDABCD een rechthoek is, ook wegens Thales. Kortom, vier punten vormen een rechthoek dan en slechts dan als ze tot twee paren tegenoverliggende hoekpunten behoren.

Er moet dus gelden dat si+sjs_{i} + s_{j} priem is voor alle 1i<jn1 \leq i < j \leq n. Stel dat minstens drie van de getallen sis_{i} dezelfde pariteit hebben, zeg sj,sks_{j}, s_{k} en sls_{l}. Dan is de som van elke twee van die drie even, maar tegelijkertijd priem, dus die som moet in alle gevallen gelijk aan 22 zijn. Dus sj+sk=sk+sl=sj+sls_{j} + s_{k} = s_{k} + s_{l} = s_{j} + s_{l}, waaruit volgt dat sj=sk=sls_{j} = s_{k} = s_{l}. Maar omdat sj+sk=2s_{j} + s_{k} = 2, geeft dit sj=sk=sl=1s_{j} = s_{k} = s_{l} = 1. We concluderen dat hoogstens twee van de getallen sis_{i} even zijn, en dat als er drie of meer oneven zijn, deze allemaal gelijk moeten zijn aan 11.

De totale som van alle sis_{i} is gelijk aan de som van alle getallen bij de hoekpunten, dus gelijk aan
(m+1)+(m+2)++(m+2n)=2mn+122n(2n+1)=2mn+n(2n+1) (m+1) + (m+2) + \ldots + (m+2n) = 2mn + \frac{1}{2} \cdot 2n \cdot (2n+1) = 2mn + n(2n+1)
Modulo 22 is deze som congruent aan nn. Anderzijds moet deze som modulo 22 congruent zijn aan het aantal oneven sis_{i}. Dus het aantal oneven sis_{i} heeft dezelfde pariteit als nn. Omdat er totaal nn getallen sis_{i} zijn, is het aantal even sis_{i} dus even. We hebben al gezien dat dat er hoogstens twee zijn, dus het zijn er nul of twee.

Stel dat n=4n=4 en stel dat er twee sis_{i} even zijn en dus ook twee sis_{i} oneven. Dan is de som van de twee even sis_{i} gelijk aan 22 en de som van de twee oneven sis_{i} ook gelijk aan 22, dus de totale som van de sis_{i} is 4=n4 = n. Stel nu dat n5n \geq 5 en stel dat er twee sis_{i} even zijn. Dan zijn er n23n-2 \geq 3 van de sis_{i} oneven, dus alle oneven sis_{i} zijn gelijk aan 11. De twee even sis_{i} samen zijn gelijk aan 22. Dus de totale som van de sis_{i} is (n2)+2=n(n-2) + 2 = n. (Je kunt ook bewijzen dat het geval met precies twee even sis_{i} onmogelijk is.) Stel nu dat er geen even sis_{i} zijn. Dan zijn alle sis_{i} oneven en dus ook allemaal gelijk aan 11, dus is de totale som van de sis_{i} gelijk aan nn.

In alle gevallen is de totale som van de sis_{i} dus nn. We hebben ook gezien dat deze som gelijk is aan 2mn+n(2n+1)2mn + n(2n+1). Dus 2mn+n(2n+1)=n2mn + n(2n+1) = n, waaruit na deling door n0n \neq 0 volgt 2m+2n+1=12m + 2n + 1 = 1, dus m=nm = -n.

We laten nu zien dat als m=nm = -n, er inderdaad een oplossing bestaat. Neem ai=ia_{i} = i en an+i=1ia_{n+i} = 1 - i voor 1in1 \leq i \leq n. Dan worden de getallen 1,2,,n1, 2, \ldots, n en de getallen 0,1,,n+10, -1, \ldots, -n+1 gebruikt en dat zijn samen precies de getallen m+1,m+2,,m+2nm+1, m+2, \ldots, m+2n. Verder geldt si=i+(1i)=1s_{i} = i + (1 - i) = 1 voor alle ii. Dus elke rechthoekssom is gelijk aan 22 en dat is een priemgetal.

We concluderen dat m=nm = -n de enige waarde van mm is die voldoet.

Source: MathNet, licensed CC-BY-4.0. Statement and solution reproduced as published; topic, difficulty and ordering added by this site.