Solution:

Vanwege de lengte-eis in de opgave ligt de configuratie vast: M ligt op de halfrechte CB voorbij B, en N ligt op de halfrechte ED voorbij D. Zie de figuur. Noem α=∠BAC en β=∠ABC. Noem verder H het hoogtepunt van de driehoek (oftewel het snijpunt van AD,BE en CF).
Wegens Thales zijn AFHE,BDHF,CEHD,ABDE,BCEF en CAFD koordenvierhoeken. Vanwege koordenvierhoek ABDE is ∠CED=180∘−∠AED=∠ABD=β en vanwege koordenvierhoek BCEF is ∠AEF=180∘−∠CEF=∠CBF=β. Analoog zijn ∠CDE en ∠BDF gelijk aan α.
Uit ∠CED=β=∠AEF volgt ∠DEH=90∘−β=∠FEH. Dus EH is de bissectrice van ∠DEF. Vanwege DE∥FM geldt wegens U-hoeken verder ∠MFE=180∘−∠FED=180∘−2(90∘−β)=2β. Aangezien FN de bissectrice van ∠MFE is, is ∠EFN=21⋅2β=β. Vanwege ∠FEH=90∘−β zien we nu ook dat FN en EH loodrecht op elkaar staan, dus EH is niet alleen bissectrice in △FEN maar ook hoogtelijn. Deze lijn is daarmee ook de middelloodlijn van FN. Omdat B op deze lijn ligt, geldt ∣BF∣=∣BN∣.
We hebben eerder gezien dat ∠CDE=α=∠BDF. Vanwege DE∥FM geldt ook ∠BMF=∠CDE=α, dus ∠DMF=∠BMF=∠BDF=∠MDF. Dus ∣FM∣=∣FD∣.
Noem S het snijpunt van AC en MF. Dan is ∠BFM=∠AFS en wegens DE∥FM is ∠CED=∠CSF. Met de buitenhoekstelling in driehoek AFS zien we bovendien ∠CSF=∠SAF+∠AFS=α+∠AFS. Als we dit alles combineren, vinden we ∠CED=α+∠BFM. Anderzijds wisten we dat ∠CED=β, dus ∠BFM=β−α. We weten daarnaast dat ∠BMF=α. We concluderen dat ∣BF∣=∣BM∣ dan en slechts dan als β−α=α oftewel dan en slechts dan als β=2α. Omdat we al weten dat ∣BF∣=∣BN∣ geldt nu: B is het middelpunt van de omgeschreven cirkel van △FMN dan en slechts dan als β=2α.
We hebben eerder gezien dat EH de bissectrice en hoogtelijn in driehoek EFN is, dus deze driehoek is gelijkbenig met top E, waaruit volgt dat ∠DNF=∠ENF=∠EFN=β. Verder weten we dat ∠CDE=α=∠BDF, waaruit volgt dat ∠NDF=∠NDB+∠BDF=∠CDE+∠BDF=2α. Dus ∣FD∣=∣FN∣ dan en slechts dan als β=2α. Omdat we ook al wisten dat ∣FM∣=∣FD∣, geldt nu: F is het middelpunt van de omgeschreven cirkel van △DMN dan en slechts dan als β=2α.
We concluderen dat F het middelpunt van de omgeschreven cirkel van △DMN is dan en slechts dan als B het middelpunt van de omgeschreven cirkel van △FMN is, omdat beide eigenschappen equivalent zijn met β=2α.